De deur werd ruw opengedaan en het tochtgordijn bolde op. Een man, ergens achterin de 30, zwaaide het gordijn open en zei:
“Ze is zwanger. Ik heb haar zwanger gemaakt.”
Zo kwam hij de kroeg binnen.
Hij sprak pas weer nadat hij vlak achter elkaar drie pilsjes naar binnen had geklokt. Staand voor de bar, om een uur of negen uur ’s ochtends. Een barkeeper, twee klanten met grijze haren en één baard aan de bar, twee pubers bij het dartboard en hij.
“Ze is zwanger. Heb je sigaren?”
Hij lurkte aan de sigaar tot hij ervan kokhalsde en herhaalde wederom wat hij had gedaan. Wat hij had gepresteerd. De pubers giechelden maar dartten ondertussen voort en mompelden hun scores.
Nog een pils.
“Ik moet piesen”.
Hij stoomde dwars door het dartspel van de spijbelaars naar de toiletdeur.
De barkeeper was een vrouw van achterin de 50, verrimpeld, verrookt en vergeeld zoals het behang achter de toog. Ze had alles al wel gezien. Vooral mannen en hun emoties. Mannen behandelen hun emoties alsof het gadgets zijn. Ze vinden en kopen ze, laten ze aan hun maatjes zien als ze er op wat voor manier dan ook trots op zijn, en als dat geen indruk maakt, zijn ze ze ook net zo makkelijk weer kwijt. Ze tapte alvast het volgende glas vol. Die pilsjes moesten de man onderhand toch wel hebben verlaten.
“Wat heb ik gedaan!”
Bij terugkomst was hij op de grond gaan zitten met zijn rug tegen de muur, tussen twee tafeltjes in. Pilsje nummer zeven. En daarna zei hij lang niets meer. Rookte nog een hele sigaar, dronk nog vier pils.
“Gefeliciteerd” zei ze toen hij afrekende. Hij luisterde niet. Hij lalde “Swanger” met gebalde vuisten naar het plafond, en toen naar de pubers, die enigszins terugdeinsden. En daarop was hij, bijna met gordijn en al, weer verdwenen.
“Die was blij”, zei de barkeeper tegen de baard.
“Hij was verkeerd”, was het antwoord. “Hij komt altijd hiernaast, bij ’t Klokkie”
Leave a Reply
You must be logged in to post a comment.