Feed on
Posts
Commentaren

Krakend hout

Tranen lossen haar oogmake-up op. De mascara kan ze voorlopig beter in de lade van het badkamerkastje laten liggen. Met een tissue veegt ze behendig langs de onderkant van  haar ogen. Van buiten naar binnen. Andersom krijg je rimpels. Dat heeft ze ooit van een schoonheidsspecialiste op de opleiding voor hostess geleerd. Aan zo’n opleiding had je tenminste wat.

 

Pipa rent vrolijk van boom naar boom. Snuffelt aan de stammen en andere plekken die door haar soortgenoten zijn besproeid. Om, voor niet honden onbegrijpelijke redenen, wordt de ene plek wel en de andere niet met wat druppels verrijkt. De vrolijkheid van Pipa is ongepast. Maar ach, weet zo’n druppelende hond veel.

 

Haar radeloosheid en de heftige uitbarstingen van emotioneel onweer hebben plaats gemaakt voor stil verdriet. In het park heerst balans. De eeuwenoude bomen zien haar gaan. Ze absorberen haar verdriet. Ze weten dat het voorbij zal gaan. Zij weet dat ook. De bomen hebben het al zo vaak gezien. Het verdriet van de mens. Met iedere ademhaling brengt de verstilde rust van het park berusting in haar hart.

 

Vanuit het groen springt Pipa het zandpad op. Ze roept zijn naam. Hij reageert meteen en blijft, na een aai over zijn kop, naast haar lopen. Zijn zwarte kop, ter hoogte van haar knieën, draait naar haar op als zij tegen hem praat. “We gaan het redden, Pipa. Op een dag zal het zijn of het nooit is gebeurd. Baasje houdt van ons en niet van haar.”

Het plotselinge kraken van takken een paar meter van het pad rechts van hen, doet de vrouw opschrikken uit haar mijmeringen. Pipa rent meteen richting het geluid en begint te blaffen. Als het blaffen aanhoudt loopt ze langs de struiken naar de rij bomen waar het geluid vandaan komt.

 

Bij de bomen ziet ze een vrouw met ongecontroleerde bewegingen met een dik touw in de weer. Ze schijnt Pipa die blaffend om haar heen springt niet op te merken. Ze klimt de boom in en gooit het touw om een tak heen. De toekijkende vrouw voelt zich ongemakkelijk in haar rol van voyeur en wil zich omdraaien om terug naar het pad te lopen. Haar ogen blijven rusten op het uiteinde van het touw. Een strop bungelt in de lucht. Haar ademhaling stokt in haar keel. Met schielijke passen loopt ze op de vrouw toe. Lange tijd kijken de vrouwen elkaar aan.

 

Zwarte stromen mascara lopen over haar wangen via de kaaklijn naar het puntje van haar ronde kin. Haar handen omklemmen het touw. Verbijsterd kijkt ze van het touw naar de vrouw, die haar zo wreed stoort. Dan stromen de woorden willoos uit haar mond. “Bemoei je er niet mee. Ga weg. Laat me alleen. Ik ben gewoon zo’n vrouw die al jaren wacht tot haar minnaar zijn vrouw verlaat. Maar daar weet jij vast niets van. Rot op!”

 

“Al goed, zoek het maar uit. Dag!” Ze loopt richting het zandpad en kijkt om naar de  hond. “Pipa, kom we gaan.“ De vrouw met het touw in haar hand draait zich om. Een verbijsterende blik ligt op haar asgrauwe gezicht. “Pipa?”

 

Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.